| Oude norm (EN 779) | Nieuwe norm (ISO 16890) | Toepassing & uitleg |
|---|---|---|
| G1 – G4 | ISO Coarse ≥ 50 % | Voor grof stof, pollen, haren – eerder geschikt als voorfilter |
| M5 | ISO ePM10 50–65 % | Filtert min. 50 % van deeltjes ≤ 10 µm (bijv. pollen, grof fijnstof) |
| M6 | ISO ePM2,5 50–65 % | Filtert minstens 50 % van de deeltjes ≤ 2,5 µm (bijv. fijn stof, schimmelsporen) |
| F7 | ISO ePM1 50–65 % | Filtert minstens 50 % van de deeltjes ≤ 1 µm (bijv. fijn stof, veel bacteriën) |
| F8 | ISO ePM1 70–80 % | Hogere bescherming tegen fijn stof en bacteriën |
| F9 | ISO ePM1 ≥ 80 % | Zeer hoge bescherming, ook voor gevoelige omgevingen (ziekenhuizen, cleanrooms) |
Voormalig: EN 779 (geldig tot 2016)
-
EN 779 was de oude norm voor luchtfilters in ventilatie- en airconditioningsystemen.
-
Filters werden gemaakt in G-klassen (G1-G4), M5 klassen (M5-M6) en F-klassen (F7-F9).
-
De beoordeling was voornamelijk gebaseerd op capaciteiten, Verzamel deeltjes van een bepaalde grootte (meestal 0,4 µm).
-
Voordeel: Het weerspiegelt niet de werkelijke deeltjesgrootte in de lucht, die belangrijk is voor de gezondheid (bijv. Bijv. fijnstof PM10, PM2.5, PM1).
Vandaag: ISO 16890 (geldig sinds 2017)
-
Deze norm heeft EN 779 vervangen.
-
De filters worden nu beoordeeld op basis van hun effectiviteit tegen fijnstof, wat ook bekend is uit milieurapporten:
-
PM10=grof stof, Pollen, Schimmelsporen
-
PM2,5=fijn stof, Bacteriën
-
PM1=ultrafijn stof, dat diep in de longen terechtkomt
-
-
Een filter wordt bijvoorbeeld gebruikt als . Bijvoorbeeld als ISO ePM1 70 % → betekent: Het filter verwijdert 70 % van de deeltjes in de grootte ≤1 µm.
-
Voordeel: Eindklanten kunnen onmiddellijk herkennen welk filter het beste is voor gezondheidsbescherming en luchtkwaliteit.